+31(0) 20 627 1017

info@bakas.nl

Nikolai Kondratieff en de cycli van economische seizoenen

Nikolai Kondratieff en de cycli van economische seizoenen

foto van Nikolai Kondratieff en de cycli van economische seizoenen

Geconfronteerd met de huidige economische crisis is het goed om de geschiedenis in ogenschouw te nemen om zo meer zicht te krijgen op langetermijnontwikkelingen. Het gaat hierbij vooral om de zogeheten economische lange golf theorieën. De grondlegger van deze theorieën is de Russische econoom Nikolai Kondratieff (1892-1938), die stelde dat het kapitalisme zich ontwikkelt in 50 tot 60 jarige cycli van hoogconjunctuur en laagconjunctuur. De Oostenrijkse Amerikaan Joseph Schumpeter (18831950), die zich voornamelijk richtte op de oorzaken van hoogconjuncturen, werkte Kondratieffs cycli verder uit. Volgens Schumpeter was de ‘creatieve destructie’ die optreedt binnen economische cycli noodzakelijk voor groei op de lange termijn, ongeacht hoe schadelijk die destructie kan zijn voor individuen op de korte termijn. Maar laten we beginnen met het opmerkelijke en trieste verhaal van Kondratieff. 

Kondratieffs lot In 1925 vroeg Josef Stalin aan Kondratieff om statistisch aan te tonen dat het verwerpelijke Westerse kapitalisme zichzelf zou vernietigen, zoals de Marxistische theorie leerde. Kondratieff, die hiervoor de economieën van Frankrijk, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten bestudeerde, ontdekte echter het tegenovergestelde: na jaren van depressie hernieuwt het kapitalisme zich altijd en start een nieuwe fase van groei. Dit gebeurt bovendien niet in korte golven van cyclische bewegingen, maar in langere golven die verscheidene recessies en periodes van economische groei omvatten. De eerste van de lange-golf cycli die Kondratieff ontdekte duurde van ongeveer 1785 tot 1845, de tweede van 1845 tot 1895, en de derde, die rond 1895 startte, had in 1925 net z’n hoogtepunt gehad en was weer aan het afnemen. Kondratieff had gelijk en de neerwaartse beweging van de derde cyclus resulteerde in de Grote Depressie van de jaren dertig. Maar zijn conclusie dat het kapitalisme zichzelf altijd vernieuwde beviel Stalin niet en Kondratieff werd naar Siberië gestuurd, waar hij in 1938 werd geëxecuteerd. 

Kondratieff-golven of -cycli Ondertussen kreeg zijn werk veel aandacht in het Westen en vormde het de basis voor andere lange-golf theorieën, zoals die van Schumpeter en Carlota Perez, die beiden de factoren onderzoeken die de opgaande beweging in economische cycli in gang zetten. Hun uitleg is dat in zulke periodes cruciale innovaties worden ingevoerd en dat nieuwe technologie.

De vier jaargetijden van de Kondratieff-cycli

Elke Kondratieff-cyclus kan onderverdeeld worden in vier seizoenen, die elkaar opvolgen zoals de jaargetijden dat doen.

• Lente Dit is de periode waarin nieuwe economische groei begint. Bedrijven hoeven niet bang te zijn voor sterke concurrentie dankzij de liquidatiefase (winter) die aan de nieuwe lente voorafging, zodat ze hun prijzen kunnen verhogen. Consumenten en ondernemers zijn voorzichtig, omdat ze de depressieperiode nog vers in het geheugen hebben en bang zijn dat de slechte tijden zullen terugkeren. Er is minder werkloosheid en door de stijgende prijzen en lonen is er sprake van een lichte inflatie. Aandelen en onroerend goed zijn ondergewaardeerd en kunnen goedkoop worden verhandeld. Dit zijn de beste investeringen tijdens te lente. Halverwege de lente beginnen mensen weer geld te lenen, omdat ze weer vertrouwen krijgen in de economie. Hierdoor hebben ze tegen het einde van de lente weer een redelijk hoge schuld opgebouwd, wat de economische groei afremt. Vaak is het een oorlog die de lente beëindigd. De laatste lente was tussen 1949 en 1966, en werd beëindigd door de Vietnamoorlog.

• Zomer De zomer is de periode van economische consolidatie. De economie groeit nog steeds, maar prijzen en lonen gaan sneller omhoog en een periode van stagflatie breekt aan: de groei stagneert en de inflatie neemt toe. Hierdoor lenen consumenten meer, vooral in de vorm van hypotheken, als tegenwicht voor de geldontwaarding. Meerdere kleine recessies kunnen het gevolg zijn, gevolgd door een diepere recessie. De productiviteit vermindert doordat men het vertrouwen in de economie verliest. De werkloosheid gaat omhoog, net zoals de rente en de inflatie. Aandelen zijn een slechte investering in deze periode. Grondstoffen, edelmetalen en onroerend goed zijn zekerder. De laatste economische zomertijd duurde van 1966 tot 1980: de inflatie was op z’n hoogtepunt en de economische groei op een zeer diep punt.

• Herfst In de herfst revitaliseert de economie zich, terwijl de inflatie afneemt. Omdat de economische groei bescheiden is, stimuleren overheden en banken verdere groei. Belastingen worden verlaagt en er wordt meer geld gedrukt. De productiviteit neemt toe. Het gat tussen arm en rijk wordt groter en meer mensen lenen geld. Er wordt meer gespeculeerd en de prijzen van aandelen en onroerende goed beginnen hun hoogtepunt te bereiken. Dit zijn de beste investeringen in de herfst. Men denkt dat een nieuwe economisch tijdperk is begonnen – in de jaren negentig hadden we het over de Nieuwe Economie – en het vertrouwen in de economie wordt overdreven. Er worden zeepbellen gecreëerd en collectieve en persoonlijke schulden bereiken recordhoogten. Door het onevenwicht in het economische systeem kan de kleinste toename van de werkloosheid of een lichte rentestijging de zeepbel doen barsten; iets wat uiteindelijk altijd gebeurt. De laatste economische herfst was van 1980 tot 2000.

• Winter Winter is de tijd van liquidatie. Nadat de zeepbel is gebarsten, kelderen de aandelenmarkten en de prijzen van onroerend goed. Veel bedrijven, instituten en personen gaan bankroet, wat tot een langdurige krimp van de economie leidt: een depressie. Centrale banken verlagen hun rentetarieven en regeringen beginnen met het stimuleren van de economie. Normaal gesproken zorgt dit voor een stabilisatie van de aandelenmarkten en de economie in het geheel, maar aangezien de werkloosheid blijft groeien is die van korte duur. Als men zich dit realiseert, krimpt de economie verder; aandelenmarkten en onroerend goedprijzen kelderen, de werkloosheid groeit verder, banken geven minder kredieten en de de koopkracht neemt af. Hierdoor nemen de prijzen van vrijwel alle producten toe en zowel goud en zilver, als staatsobligaties worden de favoriete investeringen. Een periode van deflatie begint. Valuta devalueren en landen nemen protectionistische maatregelen. De laatste winter begon in 2000 en houdt nog altijd aan. 

Adjiedj Bakas

© 2018 Trend Office Bakas | Website door: Gibreto